Stichting Mesdag-Zuivelfonds NLTO
p/a Sixmastraat 4
Postbus 2330
8901 JH Leeuwarden
mesdagfonds@gmail.com

2014.07 – Onderzoek vergroot inzicht in emissie en depositie van ammoniak

Het ammoniakdossier is voor de agrarische sector van groot belang. Het grijpt in in de dagelijkse praktijk van het landbouwbedrijf en bepaalt in hoge mate het ontwikkelingsperspectief van veehouderijbedrijven. Beter inzicht in de exacte emissie en depositie van ammoniak en de factoren die hierop van invloed zijn is dan ook van groot belang. Nieuwe kennis en technologie moeten het mogelijk maken op bedrijfs- en regioniveau effectiever te sturen op het reduceren van ammoniakemissies en bovenal het beter sluiten van de stikstof kringloop.
 
Het Mesdagfonds, Productschap Zuivel en het ministerie van Economische Zaken hebben daarom gezamenlijk begin 2014 opdrachten verstrekt aan Wageningen UR, ECN en RIVM om een aantal vraagstukken rond ammoniak nader te onderzoeken.
 
Die vraagstukken en eerste uitkomsten zijn:
 
1. Mogelijke systematische afwijkingen in emissiemetingen
Extra aandacht gaat uit naar factoren die te maken hebben met de turbulentie van de lucht en het windprofiel. Het onderzoek is gestart. Op dit moment zijn er nog geen uitkomsten bekend.
 
2. Verklaring variatie emissiewaarden
 De gemeten emissie waarden kent een grote variatie.. Deze variatie kan goed verklaard worden door de volgende factoren:
-wind (3 of 1 meter per seconde heeft veel invloed)
-temperatuur (bv hogere temperatuur leidt tot meer emissie)
-straling (bv einde dag uitrijden voor avond/nacht leidt tot minder emissie)
-luchtvochtigheid (bv vochtiger weer leidt tot lagere emissie, tijdens regen beperkte emissie)
-bodem / grondsoort
-gewas (bv met 8-10 cm gras lagere emissie dan pas gemaaid)
-mest gift en soort (bv ammonium gehalte bepalend, maar ook pH gehalte en daarnaast vooral ds gehalte mest, water toevoegen leidt tot lagere emissie)
-uitrij techniek (bv mate van infiltratie, naast techniek ook te bereiken met verdunning)
 
Met bovenstaande kan veel van de variatie verklaard worden maar niet alles. Wat verder bekend is, is dat de effecten van de variatie in emissie aanzienlijk groter zijn dan de meet afwijkingen .
 
Uiteindelijk is het doel van agrariërs om zo weinig mogelijk stikstof te verliezen en met de beperkte stikstof een zo hoog mogelijke gewas opbrengst te realiseren. Belangrijk is dat bovenstaande handvatten geeft om emissie te reduceren met meer factoren dan alleen uitrij techniek, bodem en gewassoort.
 
Momenteel is alleen de variatie in bodem, gewassoort en uitrij techniek vertaald in beleid. De variaties in de andere factoren zouden mogelijk ingebouwd kunnen worden in een door het beleid toegestaan management instrument.  In toenemende mate geeft beleid namelijk al mogelijkheden voor bedrijfspecifieke getallen (kringloopwijzer en BEX). Mogelijk biedt dit ook in vergunning beleid breder perspectief.
 
Met verdere verdieping in de variatie willen we de zoektocht van de praktijk ondersteunen om middels management keuzes de emissie te verlagen maar ook om te verkennen of en hoe dit vertaalt kan worden naar beleid. Meer inzicht hierin wordt in 2015 verwacht. Maar huidig inzicht in de variatie achten wij van wezenlijk belang voor sector om nu al te weten.
 
3. Onzekerheid depositieberekening
De doelstelling van dit project is om de lokale depositieberekening te verbeteren door middel van extra metingen. De beschrijving van het depositieproces wordt namelijk afgeleid op basis van metingen. Omdat droge depositiemetingen lastig en relatief kostbaar zijn om uit te voeren, zijn extra metingen een nuttige aanvulling op de huidige kennis. De depositiefactoren op sommige natuurtypen kan hiermee worden verbeterd.
 
Op termijn kan dit leiden tot een aanpassing van het AERIUS-model.
De Aerius berekeningen zijn de basis voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) die bepalend is voor maatregelen rondom ammoniak arme huisvesting en mestopslag. Op dit moment zijn er nog geen uitkomsten van onderdeel 3 bekend.
 
Meer resultaten van het onderzoek komen in de periode eind 2014 - eind 2016 beschikbaar.  De voortgang en resultaten worden regelmatig besproken in een breed samengestelde groep van wetenschappers,  vertegenwoordigers van LTO en NMV en de hiervoor genoemde financiers.
 
Resultaten die voor de praktijk en beleid relevant zijn, zullen steeds zo spoedig mogelijk, zo breed mogelijk worden verspreid.
 
Voor nadere informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met:
 
Lubbert van Dellen (secretaris Mesdag fonds)
L.vanDellen@acconavm.nl
Of telefonisch 058-2887887
 

Nieuws

Forse omzetgroei voor grootste melkveebedrijf EU Ekosem-Agrar AG, de Duitse dochteronderneming van de Russische zuivelgigant EkoNiva Group, heeft haar omzet over het eerste half jaar van 2020 met 33% weten te verhogen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Ook de melkproductie lag...
Toch hogere melkprijs voor leden FrieslandCampina Vorige maand gaf FrieslandCampina nog aan lagere melkprijzen te verwachten, maar die prognose is snel weer bijgesteld. De melkprijs voor oktober gaat namelijk omhoog.
Melkproductie Australië profiteert van neerslag Rabobank verwacht dat de Australische melkproductie voor het seizoen 2020/21 voor het eerst in 3 jaar weer boven de 9 miljoen liter gaat komen. De melkveesector in het land profiteert al enkele maanden van aanhoudende regenval wat een positieve uitwerking heeft op de melkproductie heeft.
De laatste melkrobots onder de loep De afgelopen jaren zijn er een aantal veranderingen geweest op het gebied van melkrobots. De robots zijn steeds slimmer geworden, kunnen meer koeien per uur melken en hebben allerlei technische snufjes aan boord om bijvoorbeeld uierontsteking te detecteren. In dit artikel vind je een overzicht van de nieuwste robots.
Magere melkpoedermarkt voelt vaster aan De situatie op de markt voor magere melkpoeder is verbeterd ten opzichte van afgelopen week. Ook in kaas zet de stijgende lijn door, in tegenstelling tot de dalende boterprijs.